Loading...

Melding

Dit multimediaverhaal bevat video- en geluidsfragmenten. Zet het geluid aan.

Gebruik het muiswiel of de pijltjestoetsen om tussen pagina's te navigeren.

Swipe om tussen pagina's te navigeren.

Hier gaan we

Eindelijk weekend

Logo https://verhalen.volkskrant.nl/eindelijk-weekend

Een wandeling maken om de storm in de kop even te temmen, een harinkje eten op de Albert Cuyp of de zweep erover in de sportschool. Eva Hoeke en Carolien Spaans gaan wekelijks met fotografen Ivo van der Bent en Erik Smits aan hun zijde op bezoek bij of op pad met bekende Nederlanders om vast te leggen wat zij - als het eindelijk weekend is - doen in hun vrije tijd.

Naar boven

Naar boven

Het lijkt niks, uitspanning De Boshalte aan de rand van het Amsterdamse Bos. Je kunt er koffie krijgen en een fiets huren, een paar reclameparasols steken fel af tegen de grijze winterwolken. Bij gebrek aan binnenruimte is het dringen rond de enorme houtkachel, het liefst naast dat gezin waarvan iedere voorbijganger denkt: oeh, die hebben het vreselijk gezellig met elkaar.

Van links af: Max, de verkering van dochter Julia (20), Sam de hond en man Maaik, dochter Rosa (24) die even over is uit Amerika en Antoinette zelf. Op tafel sloten cappuccino die verkleumde vingers opwarmen. Voor hen is deze plek bijzonder, de uitbaters zijn goede vrienden Elja en Steef. Hij is filmeditor, zij werkte voorheen in de psychische zorg en dat laatste voel je. Bij je koffie krijg je gratis een warm hart en open armen.‘Er komen hier veel mensen die met hun ziel onder de arm lopen’, zegt Antoinette. Oudjes uit de buurt, mensen zonder huis, schuif maar aan en wie het niet betalen kan, krijgt een ‘uitgestelde koffie’: ‘Je kunt een kop kopen voor iemand die geen geld heeft. Op het bord achter de kassa staan ze geturfd met een krijtje.’

Steef stopt hout in de kachel, Elja vertelt mismoedig dat het ding volgend jaar weg moet zijn: ‘De gemeente vindt ’m vervuilend.’ Antoinette: ‘Belachelijk. De A10 is om de hoek en vliegtuigen komen hier zo laag over, dat je ze bijna kunt aanraken.’ Een hoogbejaarde vrouw wordt met open armen ontvangen, tussendoor het verhaal van Julia’s verjaardag. ‘Ik vierde het hier, maar ik was er als eerste en iedereen was te laat. Ik moest mijn eigen kaarsjes aansteken.’ Maaik: ‘De rekening was wel lekker laag.’

Gelach, onderlinge geintjes, straks gaan ze met hond Sam het bos in. Misschien haken er nog passerende vrienden aan. Het lijkt niks, maar het is alles.

Tekst: Carolien Spaans
Foto: Ivo van der Bent

Naar boven

Naar boven

Gek misschien, maar tot twee jaar geleden kon hij niet ontspannen. Altijd druk, altijd aan het werk, hij deed nooit eens níéts. Dat houdt geen mens vol en je wordt er ook niet leuker van, en dus heeft Henry van Loon, harlekijn en tobber tegelijk, sinds kort een tatoeage (een mandala, op zijn been) én een motor. 'Drie motoren. Mijn midlifecrisis komt vroeg.' Voor de liefhebber: hij heeft een Triumph Bonneville uit 2009, een Triumph Tiger 900 T400 en een Yamaha XT 600 Tenere. Voor de leek: een zomermotor, een wintermotor en een sleutelmotor.

Wie van motoren houdt moet spullen hebben, pardon, gear, dus gaat Henry rond een uur of 4, na het uitslapen, de uitsmijter en wat klassiek zondags lummelwerk, richting Rusty Gold op de Overtoom, een motorwinkel die vooral de nieuwe lichting motorrijders bedient: Spotify door de speakers, Chesterfield in de hoek, versgemalen Lavazza in je kopje en kleding waarmee je nog eens iemand kunt versieren, mocht je daar zin in hebben (kom daar maar eens om in zo'n traditioneel Michelinpak).

Daarbij komt dat eigenaar Zoran (37) 'een aardige dude' is, net als de rest van de clientèle, een mengelmoes van lichtmannen, regisseurs en andere creatieve jongens. Aan de balie drinkt Henry koffie, informeert hij of dat en dat onderdeel al binnen is ('Motorrijders kunnen eindeloos ouwehoeren over onderdelen'), kletst ie wat over de wereld en wordt hij op zijn schouders geslagen door andere winkelaars, vandaag vooral voor zijn bijdrage aan de roast van dj Giel Beelen.

Man met baard: 'Je zag Giel echt zo kijken van: kuuuuut.' Henry, verlegen: 'Haha.' Dit is deel 1 van zijn ontspanning, deel 2 komt direct daarna: helm op, gas geven en wegwezen, de ene keer richting polder, de andere keer naar Parijs, net hoe zijn pet staat. Zolang het ónder die pet maar leeg raakt, want motorrijden is mindfulness, het is stilstaan terwijl je vooruitgaat - hoera voor de midlifecrisis.

Tekst: Eva Hoeke
Foto: Erik Smits

Naar boven

Naar boven

December, dus dikke kans dat u deze dagen wat nader tot uzelf komt. Denkt u wat vaker aan de dingen die ertoe doen, brengen de lichtjes en de liedjes momenten van contemplatie. Fijn hè?

Tip: dat kan je dus ook elke week hebben.

Elke zondagochtend om precies te zijn, in de Amsterdamse Sint-Nicolaaskerk bijvoorbeeld, waar u dan ook Stephan en Peter zult zien zitten, meestal links van het schip op driekwart, want niet alleen de mis, ook de mens bestaat uit rituelen. Beide heren zijn sinds een jaar katholiek (Peter werd na jarenlang sluimerende belangstelling ‘geraakt’, Stephan maakte een comeback) en hier, in de kerk, leerden ze elkaar kennen. Er was een gesprek, een gevoel van herkenning en van daaruit ontstond een kameraadschap die sindsdien elke zondag wordt gevoed met de liturgie én een tosti op de Zeedijk, waar de gesprekken dan net als bij gewone mensen uitwaaieren van filosofische kwesties tot roddels en discussies over goed zittende pakken. De kerk als clubhuis? Stephan: ‘Ja, we zijn geen protestants leerhuis. Het heeft zeker een sociale functie.’

Peter: ‘De kerk is naar boven en naar opzij.’

En tuurlijk moeten ze zich na een avond van laten we zeggen aardse genoegens ook weleens uit bed slépen, maar ze gaan wel, want volgens Peter is geloven als een relatie: ‘In het begin ben je verliefd, en na verloop van tijd verdwijnt dat. Dan kun je het uitmaken óf je creëert een opening in jezelf om weer geraakt te worden.’

Stephan: ‘Naar de kerk gaan is een oefening. Ik zou het heel lastig vinden om alleen thuis gelovig te zitten wezen.’

Hier, in dit godshuis, valt de betovering hen elke week weer toe. Het kippevel bij het Kyrie eleison, de zondagzon door het glas in lood, de wierook en de kaarsen en de kleding van de kapelaan - de katholieke mis is een gesamtkunstwerk en iedereen mag komen kijken, gratis en voor niks. En: het héle jaar door.

Tekst: Eva Hoeke
Foto: Erik Smits

Naar boven

Naar boven

U weet het vast nog van vroeger, een broer of vriendje met wie het slecht spelletjes spelen was. Zo eentje die ging huilen als hij verloor of juist de rest van de dag liep te tetteren als hij had gewonnen. Remy weet het ook nog, sterker: 'Zo was ik', gniffelt hij. 'Van Cluedo tot voetbal, ik kon nooit zomaar voor de lol spelen. Het gaat inmiddels íéts beter.' Hij heeft hoe dan ook een geduchte tegenstander gevonden in zijn vriendin Hanneke, die hij vijftien maanden geleden - ja, ze rekenen nog in maanden - ontmoette in een snackbar op Vlieland. Er was iets met friet, iets met discodip en een weddenschap, maar er was vooral chemie.

Hier in de Amsterdamse TonTon Club (een restaurant annex speelhal en trekpleister voor iedereen die wild wordt van apparaten als Time Crisis 3, Terminator Salvation en Tetris) is die band nog steeds zichtbaar, ze spelen tegen elkaar maar samen, zij klein en hij lang, verbeten gezichten maar gloeiende wangen. Er is ook een unaniem antwoord op de vraag wat hun lievelingsspel is: 'De Game of Thrones-flipperkast. Want die heeft een vliegende draak.' Maar die kast is steeds bezet, meerdere mensen cirkelen rond in de betreffende hoek. Ondertussen scheuren ze in Mario Kart, met een hoop 'O wat slecht!' van Hanneke die nèt haar rijbewijs heeft en keurig met de handen op tien voor twee stuurt. Dan door naar het basketbalspel, die doen ze voor het eerst ('Game over? Hoezo? Wat moet ik doen?'), Remy's vuisten schieten in de lucht als hij wint ('And that is how it's done!').

Eindelijk komt hun flipperkast vrij. 'Rennen!' En dan meteen een groot drama inzake de draak: zijn vleugel is eraf geflipperd. Stilte, rouw, en daarna toch maar de handen aan de knop. Vier ogen op het springende balletje.

Hanneke: 'Hé, jij beukte mij!'

Sterkte straks thuis met z'n getetter, Hanneke.

Tekst: Carolien Spaans
Foto: Ivo van der Bent

Naar boven

Naar boven

Eerst even een lesje: cryptogram komt van de Griekse woorden kruptos (verborgen) en gram (schrijven), de eerste krantencryptogram werd in 1925 gemaakt in Groot-Brittanië en in Nederland is het cryptogram van het NRC, het Scrypto, veruit de beste in zijn soort, de puzzel die de zaterdag tot zaterdag maakt.

Dat laatste zegt Matthijs van Nieuwkerk en velen zeggen het hem na, want de Scrypto is geen spelletje meer, dat is een lifestyle, een beweging, de heilige graal van de puzzelistiek. Kijk om je heen en je zult het zien, hele volksstammen zitten op zaterdagmiddag zoals Matthijs er hier bij zit in zijn huis in Gelderland: bril op de neus, potlood tussen de vingers, glas wijn binnen handbereik, jazzpianist Oscar Peterson op de achtergrond en het brein in opperste zoekstand. Matthijs: 'Volgens Freek de Jonge en Peter van Straaten is de beste tijd om deze puzzel te maken zaterdagmiddag tussen 14.00 en 15.00 uur, omdat dan de meeste mensen over het Scrypto gebogen zitten en de lucht dan zwanger is van de antwoorden. Flauwekul natuurlijk, maar, zoals Freek zei: het tegendeel kan óók niet bewezen worden.'

Flauwekul of niet, één ding is waar, en dat is dat de rust die hij bij deze hersengymnastiek vindt, zelfs binnen de onrust van het niet vinden van een bepaald woord, nodig, nee, noodzákelijk is om de rest van de week het hoofd te kunnen bieden. Andersom is ook waar: heeft hij 'm op zondagavond nog niet af, wordt-ie kribbig. 'Een paar heb je er altijd vrij snel, maar dan begint het eindeloze ge-urm.' Vrouw Karin biedt vaak soelaas, net als het tussendoor kijken naar koolmezen en het ontmodderen van de Jaguar, en als het echt niet lukt, zijn er ook nog allerlei hulpfora, maar ja, 'dat is eigenlijk je eer te na.' Alle lof dus voor J. Steenhuis, maker van het Scrypto, zingever van de zaterdag, de man met de lenigste geest van allemaal. Hoogste tijd voor een eredienst in mondiale overspannenheid in de ether (2+6+6+4).

Tekst: Eva Hoeke
Foto: Erik Smits

Naar boven

Naar boven

Hoewel we in Nederland sushi en zen liefdevol hebben opgesponst, is Japan verder... nou, toch vooral een land ver weg, hè? We weten dat Japanners netjes zijn en soms raar (huidige trend in Tokio: maid bars, waar het vrouwelijke personeel verkleed is als werkster). Ze eten gezond en worden stokoud, houden van aquarellen en niet van meubels hoger dan 30 centimeter.

Dus als wij richting Heerenveen rijden, ook nog eens richting het huis van een topsporter (Discipline! Regelmaat! Gezond!) verwachten we binnen te stappen in een minimalistisch huis van rijstpapier, met groene thee in de pot en misschien zelfs zo'n knus zandbakje met een harkje erbij, voor de focus.

Neen.

Kai woont zoals elke jongen van 23: veel hoopjes kleren, een bankstel waarop je de oceaan kunt oversteken, méters snoer met apparaten eraan, gadgets, prulletjes en een dubbel bureau met computers erop. Tussendoor ook hints van een niet-zo-normaal jongemannenleven: een verdroogde lauwerkrans, een levensgrote kartonnen Kai die vitaminen aanprijst en pasjes die toegang geven tot heilig ijs in den vreemde. Maar Japans? Nee.

Hij heeft niks in huis ('sorry'), is bekaf van het schaatsen ('sorry!') en het is een bende ('tja').

De wereldkampioen sprint, met bovenbenen als bielzen, zit naar zijn laptopscherm te turen, we zijn hier immers voor zijn vrijetijdsbesteding. En dat is muziek maken, en dan mag u niet denken aan zen, wel aan house, future base en ander beatgeweld. Daarin is hij 'best wel fanatiek'. Wat lastig is, want dit seizoen is belangrijk met de Spelen voor de deur, en een kwartiertje pielen kan zo een hardnekkig deuntje worden dat hij niet meer uit zijn hoofd krijgt en hem wakker houdt. 'Ik probeer het dus nu echt te beperken.'

Hij laat schoorvoetend wat eigen werk horen, wordt verlegen van de klikkende camera, bloost bij felicitaties over zijn laatste gouden medaille op het NK. Bescheidenheid, dat is dan wel weer typisch Japans.

Tekst: Carolien Spaans
Foto: Erik Smits

Naar boven

Naar boven

Zondagochtend, zeven uur. Schoenen aan, script mee en daar gaat-ie. Vanaf zijn IJburgse huis aan het water de hoek om richting Diemer Vijfhoek, waar op die tijd geen hond te zien is. Alleen dan durft hij zijn script tevoorschijn te halen en met de teksten aan de slag te gaan, want als er anderen bij zijn is het zo, nou ja, zo nadrúkkelijk. 'Dan ben je zo die acteur.'

Punt is: thuis kan het niet.

Thuis is zijn vrouw, zijn zijn kinderen, daar is de was en daar zijn de boodschappen en de telefoon en de televisie en Willem het konijn en al die andere dingen die een beroep op hem doen en probeer dan maar eens een geloofwaardige Fokke Augustinus, de hoofdrol in de serie Hollands Hoop, in je kop te krijgen.

Nee, dat lukt alleen met rust en ruimte, met stilte en met uitzicht, en dat is ook precies de reden dat hij hier een half jaar geleden is komen wonen. Hier zie je de horizon. Hier zijn de luchten nooit hetzelfde, hier is het water op z'n mooist. Moet je kijken: daar is het Vuurtoreneiland, rechts Pampus, links Durgerdam, en bij hij helder weer kijk je helemaal naar Het Paard van Marken. En altijd wat te zien, hè. Marcel: 'Laatst lagen hier wel een paar duizend van die meerkoeten of waterhoenen of hoe ze ook heten. Die lieten zich eerst helemaal afdrijven en alsof het afgesproken was, kwamen ze ineens allemaal het water uit, deze kant op, met van die opgezwollen borsten. Dat was fantástisch.'

En dat zijn dan nog maar vogels - wat hier per dag allemaal voorbij komt joggen, geweldig. Laatst nog een vent die elf - elf! - keer heen en weer ging. Gesprekjes tussen hondenbezitters, ook schitterend. Hoef je niet eens je huis voor uit, je zet een stoel bij je raam en kijken maar. Dat schouwspel voor zijn raam, die wereld op zich, die luxe en noodzaak tegelijk staat hij daar dus allemaal op zondagochtend in een rol te gieten. En dat vinden wij dan weer schitterend.

Naar boven

Naar boven

Het is een dubbel plaatje, de jonge sterrenchef en de oude haringman. Ergens zijn ze hetzelfde: twee vakidioten, beiden sinds hun tienertijd aan het werk - Frans al zestig jaar, Joris pas een fractie daarvan - maar tijd is niks als je die vult met wat je het liefst doet, vinden ze. En ze vinden ook hetzelfde van Frans' haring:

Joris: 'Hier eet je de beste van de stad.'

Frans: 'Ja.'

Tot zover de overeenkomsten. Want Frans ziet zijn waar gewoon als lekkere vissies, rats rats graat eruit, uitjeszuur erbij. Joris verklaart zijn liefde wetenschappelijker. Hij begint nog redelijk helder met een relaas over de basissmaken zoet, zuur, zout, bitter, umami, maar die laatste is in feite mononatriumglutamaat, oftewel mng, oftewel de natuurlijke variant van ve-tsin, de smaakversterker die... De chef in hem neemt het over, maar waar hij dus heen wil, is 'dat ik denk dat er mng in haring zit, omdat ik simpelweg anders niet kan verklaren waarom ik opeens, soms ook 's nachts, ex-tre-me zin heb in haring. En nog een. En nog een.'

De tweede haring verdwijnt in zijn mond, hij eet van buiten naar binnen ('het ruggetje is het lekkerst, dus dat bewaar ik voor het laatst'). Wolkjes ui ontsnappen uit zijn mond als hij vertelt dat er twee, drie haringkramen zijn in Amsterdam waar hij graag komt. 'Het moet er altijd druk zijn, elke dag en de hele dag, want als het niet vers van het mes is, proef je dat direct.'

Nóg een haring, meer augurk, meer uien - 'Dat is trouwens wel grappig, al die gesnipperde uitjes komen bij dezelfde man vandaan, hij zit inmiddels van hier tot hier onder de gouden Rolexen,' Joris gebaart van schouder naar pols. 'Ik heb hem een keer ontmoet, mooie gast.'

Rats, pulk, Frans kijkt naar zijn mes, Joris kijkt toe.

Hij twijfelt, luistert naar zijn lijf, knikt. 'Nog een.'

'Uitjezuurerbij?'

Tekst: Carolien Spaans
Foto: Ivo van der Bent

Naar boven

Naar boven

'Ooo sorry dat ik te laat ben, geen idéé hoe ik hier moest komen met de auto, want ik ga altijd met de brommer maar ik moet straks door naar mijn broertje in Utrecht.' Eva - veel krul, wervelwind, strak in het zwart - geeft geen hand maar een knuffel. 'Jezus wat een mooi weer hè?'

Twijfelend kijken we naar haar outfit.

'Hmm... We gaan wandelen, toch? Lukt dat op die schoenen enzo?'

'Ja joh, ze lopen superlekker!'

Goed, een stuk lopen dus, in het Amsterdamse Flevopark. De laatste mooie dag van het jaar, geel-oranje bomen, gefilterd zonlicht. Eva die vertelt dat ze altijd te veel wil doen op een dag. Duurde een etmaal maar langer, dan had ze niet steeds haast. En dat ze eigenlijk alleen van wandelen rustig wordt, vaak is ze wel twee uur op stap. Ja, ze gaat tussendoor ook zitten, met een opschrijfboekje want dat is ook zo fijn van lopen, ideeën ploppen zomaar op. Of als ze het even niet helemaal weet, dan helpt het ook hè. Ze wil nu bijvoorbeeld een hond. 'Ik ben er heel erg aan toe, ik vind het fijn om voor een beestje te kunnen zorgen.' Maar ja, eentje uit het asiel? Of toch uit Griekenland? En welke dan? En hoe groot?

Een bankje, even zitten. De storm in de kop op papier zetten. O nee wacht, nog een verhaal, ze had een enorme tak in het park gezien, ze dacht: schijt, die móét mee naar huis. Dus daar liep ik, haha! Heb jij trouwens een pen? Die ben ik nou weer vergeten, stom.'

Zit ze net, komt er een grasmaaiman. Lawaai! 'Een minuutje hoor, ja u moet helaas opstaan want ik mag niet maaien als er iemand op het bankje zit. Maar wel lekker weer toch?'

'Heerlijk! O, wat ik óók nog wilde vertellen...'

Ze kwam te laat bij haar broer, maar dat was logisch.

Naar boven

Naar boven

'Ik ga dood, ik ga dood, dit is echt niet fijn.'

'Doorgaan Dionne.'

De relatie personal trainer-lijdend voorwerp is doorgaans een ingewikkelde. De eerste wil pushen, resultaat boeken, motiveren. De tweede wil heel graag ergens anders zijn - of dood, alles om een einde te maken aan fikkende spieren en iemand die zegt dat je desalniettemin voorál nog even gas moet geven. Of die langzamer gaat tellen als je denkt er bijna te zijn, godsamme zeg.

Dat zorgt voor nijdige blikken, tijdelijke haat, allemaal zeer menselijke reacties op pijn en dwang. Zo niet Dionne. Die weliswaar trillend van de inspanning haar sets dead lifts doet, maar tussendoor lacht, en bij wijze van vloek 'ah' zegt (en dus niet schreeuwt). Ze sport... nou, líéf, en ook ontzettend netjes, met een kaarsrechte rug enzo. 'Ze pikt het technische aspect van de oefeningen heel snel op', beaamt Jelle-de-trainer, die zich tot Dionne wendt, vraagt hoe het setje ging (nooit 'goed' zeggen, want dan hangen ze zonder pardon extra kilo's aan zo'n apparaat). Dionne: 'Goed.'

Jelle schuift een extra schijf aan de halterstang. En terwijl ze weer bukt en strekt, bukt en strekt - 'Ja, perfect Dionne' - memoreert ze eerdere sportpogingen. Ze deed yoga, ze deed spinning, ze deed bootcamp, 'en altijd begon ik vol overgave. Maar ja, ik heb geen ruggengraat wat betreft sport'. En vanwege die 'maar ja' is er nu dus de persoonlijke begeleiding, dan moet ze wel. Jelle: 'Ik stuur de dag van tevoren altijd even een berichtje of ze er al zin in heeft.' En het helpt hoor, zo'n stok achter de deur, de bovenarmen zwenken minder uit tijdens het zwaaien, toch vaak een vrouwendingetje, en het is al met al 'allemaal wat strakker'.

Jelle telt ondertussen, langzamer, lang-za-mer, langggzaaaamerrrr... klaar.

'Mijn armen huilen.'

Ook lief.

Tekst: Carolien Spaans
Foto: Erik Smits

Naar boven

Naar boven

Het is zaak om metéén door te pakken. Dus hup, zo vanuit je bed de fiets op, flink doortrappen, bezweet aankomen en dan meteen het strand op denderen, in één beweging je kleren uitgooien en de zee in rennen, want anders is de afzwaaier richting strandtent snel gemaakt. Vind je het gek: eind oktober is het water nog maar 12 graden. Gillend gaan ze dan ook ten onder, oe en aa en waarom dóén we dit roepend, maar binnen een minuut komen ze stralend boven.

Leontine: 'Je gaat als een gek gloeien, dat voel je om tien uur 's avonds nog.'

Brigitte: 'Dat appen we dan ook aan elkaar: voel jij het ook nog?'

Leontine: 'De rest van de dag voel je je gewoon knettersterk.'

Brigitte: 'Je kater is ook meteen weg.'

Leontine: 'En wat ook lekker is: het moment dat je in die zee zakt, valt de hele week van je af.'

Heel soms twijfelen ze, als het echt beestenweer is, maar stoppen heeft een nogal nare implicatie: dan is de zomer namelijk écht over. En dus houden ze vol, het streven is tot november, daarna wordt het uitje een wandeling.

Brigitte: 'We doen een om, of een zwom.'

Zo gaat het al járen, eigenlijk al sinds ze elkaar voor het eerst zagen bij het Overveense schoolhek van hun zoontjes. Brigitte: 'Ik dacht dat moeders niet leuk waren, tot ik Leontine tegenkwam.' Wat volgde was een tuin, een fles port en een gesprek dat uren duurde, en twintig jaar later zijn de zoontjes groot en zij nog niet uitgepraat. Het gesprek stokt even in het water (k-k-k-koud) maar komt direct daarna weer op gang wanneer ze hun stroeve broeken over hun kont trekken en in een verder verlaten strandtent neerstrijken voor een hete cappuccino, een broodje worst en gesprekken die alleen vriendinnen die al twintig jaar vriendin zijn met elkaar hebben.

En zij maar denken dat dat gloeien door het water komt.

Tekst: Eva Hoeke
Foto: Ivo van der Bent

Naar boven
Scroll om door te gaan
Swipe om door te gaan