Loading...

Melding

Dit multimediaverhaal bevat video- en geluidsfragmenten. Zet het geluid aan.

Gebruik het muiswiel of de pijltjestoetsen om tussen pagina's te navigeren.

Swipe om tussen pagina's te navigeren.

Hier gaan we

Eindelijk weekend

Logo https://verhalen.volkskrant.nl/eindelijk-weekend

Een wandeling maken om de storm in de kop even te temmen, een harinkje eten op de Albert Cuyp of de zweep erover in de sportschool. Eva Hoeke en Carolien Spaans gaan wekelijks met fotografen Ivo van der Bent en Erik Smits aan hun zijde op bezoek bij of op pad met bekende Nederlanders om vast te leggen wat zij - als het eindelijk weekend is - doen in hun vrije tijd.

Naar boven

Naar boven

Hij ligt er laat in, maar is er ook weer vroeg uit: al rolt-ie om drie uur 's nachts de stadsschouwburg in Delfzijl uit, Richard Groenendijk kan níét uitslapen. Dat breekt hem geregeld op ('Om de vijf jaar ben ik overspannen'), maar het is niet anders en dus zijn de fijnste zondagen die zondagen waarop hij de hé-le dag op de bank kan liggen bingewatchen. Richard, vanachter een ratelende koffiemachine: 'Niet douchen, gewoon in pyjama in één keer tien afleveringen Top of the Lake erdoorheen jakkeren, dat redden we met gemak.'

We is: hij en zijn Bosnisch-Kroatische vriend Marko, die wél een enorme langslaper is en daarbij nog snurkt ook. Richard: 'Dus wie zat hier vanochtend om zes uur alweer woedend op de bank? Ja, en voordat er dan 's avonds weer eens ergens een theaterdoek opengaat, is het acht uur, da's een lange zit, hoor.'

Voordeel: dan kan hij wel alvast het voorprogramma afdraaien, voornamelijk dingen die Marko niet leuk vindt: oude afleveringen van Will & Grace bijvoorbeeld of The Crown en Six feet Under. Is Marko eenmaal wakker, maakt Richard eerst een 'kwarkje' of een 'havermoutje' en daarna begint het grote dolce far niente. Net als in bed en in de auto hebben ze vaste plekken: Richard rechts, Marko links. Richard zit onder een plaid die moeder Ria heeft gemaakt en als hij iets niet snapt, zet Marko zuchtend het beeld stil om een en ander uit te leggen. De tv is een breedbeeld van 'meer dan een meter', tijdens het kijken zoekt Richard van alles op ('Dat is echt een neurose, als ik een acteur niet ken, móét ik googlen') en rond een uur of zeven laten ze een Thai'tje komen. En dat suffe gevoel dat je krijgt van een hele dag binnen hangen? Heeft hij geen last van. 'O, nee hoor. Even naar het toilet en een colaatje schudt de boel alweer genoeg op.'

Naar boven

Naar boven

Men neme een bejubelde tv-metamorfoseman (Frans) en een plantenminnende parasitoloog (echtgenoot Theo, thans aan het werk om de wereld aan gezonde darmen te helpen) en dat resulteert in een huis waarvan je gaat huilen, zo mooi. Strak maar warm, stoer maar zacht, licht maar nergens saai. En vooral: zo groen dat je er extra diep van gaat inademen. Aaah.

Frans - pijnlijk hippe outfit, geniaal brilmontuur, poedertje voor de foto - serveert kurkuma-gemberthee en designtaartjes en geeft simultaan een plantentour. Daar bij het raam staat een pannekoekplant, zoals hij er kennelijk ook kan uitzien (een ferme stam met perfect gespatieerde blaadjes), links het moesbalkon (‘’s Zomers eten we eigen courgettes, aubergines en tomaten, héérlijk’) en tegen het plafond staat een papyrus te duwen. ‘Die moet ik vandaag toppen.’ Er komt een snoeischaar tevoorschijn, en een tip: ‘In Suriname, waar Theo en ik al twintig jaar komen, buigen de takken van deze plant voorover, zo plóp, met de blaadjes in het water. En daar groeien dan weer wortels uit. Dus zo moet je hem ook stekken: ondersteboven, met de blaadjes in het water.’

Ze verzorgen de planten samen, Theo en Frans, dinsdagavond is wateravond. En dat alles zo waanzinnig groeit en bloeit, is te danken aan twee dingen: ‘Het is een ontzettend licht huis, dus we hebben overal rolgordijnen met uv-filter. En we mogen gebruikmaken van het wormenhotel van onze buren, Jan en Henneke. Het staat op de gang, we gooien er groente en aarde in. Heel smerig als je erin kijkt, maar de uitwerpselen van de wormen zijn fantastische compost.’

Frans wordt steeds enthousiaster, hij heeft ook aloë vera staan, wisten we dat de rubberboom floreert door de groeiende vraag naar condooms, en staan die takken papyrus nou niet prachtig in een vaas? Dan lichte paniek: ‘O, ik heb hem wel heel kort geknipt. Dat gaat Theo niet leuk vinden.’ Da’s óók een metamorfose.

Naar boven

Naar boven

Een paar maanden geleden ontvingen we een boze lezersmail over Joris Linssen die in zijn goeie goed wilgen stond te knotten. 'Gezien de nieuwe tuinhandschoenen, de smetteloze spijkerbroek, de nette wollen winterjas en de mooi bewerkte cowboylaarsjes is dit niet het kloffie waarin hij regelmatig takken snoeit. Doet hij dit überhaupt weleens of is de rubriek gescript?' Ja. En nee. Vermoedelijk zal de lezeres nu weer schrijven, want hier is Frank Boeijen, van lederen enkellaars tot zonnebril gesoigneerd en we hebben het gevraagd, of hij echt altijd zo knap uit wandelen gaat. 'Zullen we mijn kleding buiten beschouwing laten?'

Gelijk heeft-ie, want we zijn in de Ooijpolder en daar verbleekt zelfs Franks jasje-dasje bij. Och jongens wat is het hier móói, aan de voet van Nijmegen. Een uitgestrekt poldermanifest met langharige runderen en een miljoen ganzen, die met veel herrie de lente staan op te eisen. Frank komt hier al sinds zijn jeugd, toen met z'n zus om te zwemmen, nu meestal alleen. Frank praat graag, dus wie meeloopt steekt nog wat op over de regio. Zo schijnt er een rijke man te zijn die stukken polder opkoopt van boeren en die teruggeeft als natuurgebied. In uitspanning Oortjeshekken heeft Nescio ooit gelogeerd, 'zo oud is het al'. Nee, dit was niet de plek om vroeger met meisjes te zoenen, 'veel te ver weg, dat deden we in het Kronenburgerpark', en het Nijmegen daarachter, zijn stad op het plateau, daar wordt ontzettend goed geïnvesteerd in de oude wijken. 'Alles wordt opgeknapt, maar de huurprijzen blijven hetzelfde. Bijzonder toch?'

Onder het lopen piekert en peinst hij wat over teksten, inspiratie zet hij in zijn telefoon, 'zoals 'een doorn in het oog'. Dat hoorde ik ergens en het bleef hangen.' Misschien komt het terug in een liedje. Of iets over ganzenkak, want dat zit na afloop tot in de knieholten. Volgende keer misschien toch maar kaplaarzen aan, dan is iedereen blij.

Naar boven

Naar boven

Dat 70 het nieuwe 60 is mag gevoeglijk bekend zijn, maar bij Marga van Praag is 71 meer het nieuwe 17 - mensengoedheid, wat een energie! De vrouw die een hele generatie opvoedde via het Jeugdjournaal klust nog geregeld bij, vouwt zichzelf elke woensdag in een wokkel tijdens yoga, gaat graag naar de film, zit op Facebook, heeft zúlke verhalen en serveert die nog altijd uit met een stem die overal bovenuit klinkt, zelfs hier, op de Hilversumse markt, waar ze toch geduchte concurrentie heeft. Man met ingebouwde misthoorn: 'Eet vis van Bond, dan blijf je gezond!' Marga, onverstoord: 'We beginnen altijd bij foodhal Mout voor koffie en bananenbrood, dat is heel leuk, nou ja, voor Hilversumse begrippen dan. Wist je dat Hilversum het móóiste raadhuis van Nederland heeft? Daar zijn Ben en ik 45 jaar geleden getrouwd.'

Ben, onderkoeld: 'Rost van Tonningen ook.'

Op de markt, 'ook héél leuk', heeft ze een vaste ronde die begint bij Bas van de biologische kraam, piekt bij de jongen met homeopathische onzinpillen ('Die we dan toch kopen') en eindigt bij Lenie voor groenten & fruit, waar ze, ze kan het niet helpen, in een voxpop schiet met de andere klanten. Ben: 'Als ik naar de markt ga, ben ik na 20 minuten klaar. Zij is 3 uur weg.'

Marga: 'Ik ben niet eenkennig, dat klopt. Ik raak Ben ook vaak kwijt, Ben is altijd weg.'

Ben: 'Dat is een van mijn weinige charmes.'

Nou, en als ze dan na anderhalf uur thuiskomen heeft ze veel te veel ingeslagen en dan gaat ze mensen bellen die 's avonds langs moeten komen om alles weer op te eten. 'Ja nou ja, naarmate ik ouder word krijg ik gewoon steeds meer hang-ups, dat is dat Joodse, ik kan maar niet bevatten dat mijn ouders gewoon dóór hebben geleefd nadat een deel van hun familie was uitgemoord, daar denk ik dan over na en - hee! Ze hebben aardbeien! Ben, wil jij ook een aardbei? Ben?'

Naar boven

Naar boven

Hij gaat huilen als hij dit leest, maar de eerlijkheid gebiedt toch echt te zeggen dat de heer Kelder er hier uitziet als een knappe vent. Dat komt door de boy toy, die auto dus, een Alfa Romeo 2000 GTV van Nuccio Bertone uit 1972, in de kleur temple grey - net als Jorts eigen slapen: 'Eigenaar en bezit gaan na verloop van tijd toch op elkaar lijken.'

Het is een 'ze', deze slanke bolide, en 'een echte Italiaanse: onbetrouwbaar van start tot finish.' Sowieso is dat starten een dingetje. Noem het een ochtendhumeur of een auto met een sluimerstand, maar 'ze wil eerst licht wakker worden gekust en pas na een kwartier opstaan.'

De eerste kilometers protesteert ze grommend, en van drempels houdt ze ook niet want daarvoor ligt ze te laag. Het stuur is glad en de pook ook, 'vandaar dit tuttige handschoentje,' en als er dan toch geklaagd wordt: er is ook een situatie met extra knoppen om het groot licht aan te krijgen. 'Productiefoutje.'

Toch wil hij niet anders. 'Alle auto's van nu lijken op elkaar, en ze rijden allemaal goed. Het socialistische ideaal ten top. Vroeger kon je nog aan een auto zien wat voor persoon de eigenaar was, die romantiek is weg. Dit is toch leuker voorrijden bij een restaurant dan zo'n laffe Prius?'

Durgerdam openbaart zich, er ligt nog ijs en iets verderop het houten kerkje waar hij een tijd woonde. Inmiddels is ook Jort op stoom en oreert hij over de juiste motortemperatuur (80 à 85 graden, 'dit soort boxermotortjes zijn gevoelige hysterica's'), dat hij de auto samen met beste vriend Yvo van Regteren Altena bezit ('maar hij rijdt nooit') en hoe ze regelmatig de hort op moet ('anders verkruimelt ze, net als een bejaarde'). Het is tegen dovenmansoren, want wij zien dus vooral dit James-Bond-in-de-polder-plaatje. Maar laat het hem álsjeblieft niet horen.

Tekst: Carolien Spaans
Foto: Erik Smits

Naar boven

Naar boven

Niet om te klagen, integendeel, maar sinds ze fractieleider is geworden is het wel zo dat het circus al begint zodra Lilian 's ochtends haar ogen opendoet. 'Er staan meteen allemaal berichten op mijn telefoon waar ik iets mee moet, iets van moet vinden, of op moet reageren.'

Nu met de gemeenteraadsverkiezingen voor de deur is het helemaal alle hens aan dek, en zonder een man of kind in de buurt om haar uit die bubbel te trekken is het zaak dat zelf te doen. Dat doet ze door op vrijdagavond met vriendinnen af te spreken, door op zaterdagochtend te sporten bij Fitland in Oss (een soort bootcamp waarbij ze amper kan ademhalen, 'laat staan nadenken'), door eenmaal thuis eindelijk weer eens gezond te eten ('Niets ten nadele van het Kamerrestaurant, maar eh, je hebt niet altijd zin in saté met friet') en zich de rest van de zaterdag koest te houden met kranten, koek en series.

Nu is er één iemand in huis die wél een beroep op haar doet, en dat is hond Laika, een Zwitserse witte herder van 1,5 jaar oud met een buitengewoon gezellige Brabantse inborst, zoals de dieren in de familie Marijnissen die allemaal hebben. 'Mijn ouders hadden een Leonberger, senna, en die was zó lief dat inbrekers een keer óver hem heen zijn gestapt.'

Een lief dier verdient een lief leven, en dus gaat Laika doordeweeks naar een oppas en loopt Lilian in het weekend hele stukken met haar door de Maashorst, een natuurgebied even verderop. En nee, Laika krijgt geen Bastognes toegestopt ('Ik hou niet van schooiers') en ze mag ook niet bij haar in bed ('nee, ook niet stiekem'), maar eerlijk is eerlijk, wanneer Lilian rond een uur of een gaat slapen legt ze wel altijd een dekentje voor Laika op de bank. 'Dat je bij jezelf denkt: sta ik nou echt een bed op te maken voor een hónd?'

Ja dus. Dat is óók solidariteit.

Tekst: Eva Hoeke
Foto: Erik Smits   


Naar boven

Naar boven

Een modenummer zou moeten gaan over you’ve-got-to-be-kidding-trends, moeilijke schoenen, kunst- en vliegwerk. Maar Ilja’s weekend bestaat uit alles behalve dat. Want als er iets tijdloos is en nooit raar of vervelend, dan is het knuffelen met je kind. En ze doet niets liever: ‘Nu wil ze dat nog en ik ben echt een knuffelaar, dus ik verplicht ’t haar bijna, haha.’

Mwah, er is anders weinig dwang nodig. Ilja ligt op het kleed en daar springt Poppy al, de knieën zo gepositioneerd dat het een harde landing gaat worden. Ilja: ‘Oef!’

Poppy, tevreden: ‘Ik heb een gele band met judo.’

Dan volgen er een miljoen kusjes, er is gegiechel en veel blond haar. Daarna een nieuwe aanloop, nog een duikvlucht, Ilja’s hoofd verschiet van wit naar rood.

Maar het geeft niet, twee jaar geleden was het nog een heel ander verhaal. Visser ging failliet, raakte overspannen na twaalf tropenjaren in de couture en leerde dat het voortaan anders moet. ‘Ik breng haar nu drie à vier keer per week zelf naar school en werk tussendoor aan een nieuwe, commerciëlere kledinglijn. Veel rustiger dan couture, en ik heb meer tijd voor mijn dochter.’

Die wrijft ondertussen met haar hoofd tegen dat van haar moeder, buiten beeld trippelt hond Prins heen en weer met een bal in zijn bek, hij wil óók stoeien.

Straks gaan ze misschien nog even naar het strand of een spelletje doen of boodschappen. ‘Prins moet naar de dokter want die heeft een bult. Kijk, zielig hè?’, zegt Poppy, maar er is niks te zien, want nu krijgt de hond knuffels.

‘Zullen we nog één setje maken?’, oppert de fotograaf. Ilja: ‘Of twee hoor, ik kan wel de hele dag zo liggen.’

Een oerkreet, een aanloop... ‘Kusjes!’

Kus- en vliegwerk: veel mooier.

Tekst: Carolien Spaans
Foto: Erik Smits


Naar boven

Naar boven

Drie jaar geleden donderde Tamar van den Dop tijdens een voorstelling dik twee meter naar beneden nadat een stuk decor los liet. Ze mocht een jaar lang niet werken, een half jaar niet lopen en rennen en springen kan ze nog steeds niet, maar wandelen, het beste medicijn om haar voet soepel te houden, kan ze wel. En hoe - sinds ze ontdekte dat wandelen meer is dan alleen maar van A naar B geraken doet ze het zo vaak mogelijk, van een op-en-neertje naar de markt op maandagochtend tot het ommetje tijdens de repetitiepauzes op zaterdagmiddag. Tamar: ‘Wandelen is je hoofd leegmaken, ontspannen en opladen tegelijk, de dingen zien zoals ze zijn. Als ik wandel heb ik het gevoel dat de tijd van mij is.’

Onlangs heeft ze aan dat dagelijkse wandelingetje een sociaal experiment toegevoegd, waarbij ze kijkt wat het teweegbrengt als je contact met mensen maakt. Om maar wat te noemen: de kassajuffrouw complimenteren met haar klapwimpers. De buschauffeur die haar laat voorgaan echt even aankijken terwijl ze haar hand opsteekt. Tamar, grinnikend: ‘En ik heb laatst een meisje dat een steile brug op fietste een duwtje in de rug gegeven. Ze schrok wel even.’

Maar daarna... alsof die hele bloem in één keer openklapt; ’n schitterend gezicht. ‘Er is iets heel troostrijks aan gezien worden.’

Nu ze voor het eerst van haar leven in vaste dienst is, bij Het Nationale Toneel (‘Ik heb altijd erg aan mijn autonomie gehecht, maar het is ook weleens fijn onderdeel van iets te zijn’) is ze veel in Den Haag, de stad van haar geliefde grootmoeder Katy, de Joods-Groningse matriarch van de Van den Dop-dynastie. Fijn idee, dat zij ook in de Schouwburg is geweest, dat zij óók langs de zwanen in de Hofvijver heeft gelopen. En wie weet wat nog meer: ‘Laatst ging ik een visje halen bij de viskraam naast de Tweede Kamer. Toen viel me pas op hoeveel mannen met aktetassen eigenlijk flirten!’

Nou ja, da’s óók kontak.

Tekst: Eva Hoeke
Foto: Ivo van der der Bent

Naar boven

Naar boven

'Het is zondagmiddag en Tim heeft, net als veel andere Nederlanders, een 'zelf-dagje'. Over de speakers speelt jazzpianist Justin Kauflin, aan de benen steekt een joggingbroek, op de agenda staat opruimen. 'Ik moet de was zo doen', toetert Tim semi-onverstaanbaar door een tissue ('Sorry ik ben chronisch verkouden, maar zo mankeert iedereen wel wat.')

Of we thee willen? Hij somt zijn thee-assortiment op. 'Dit is mijn favoriet: macaron-citroensmaak. Er moet eigenlijk ook nog honing door, dan is het alsof je een koekje drinkt. Wil je dat, honing? En dan heb ik ook nog deze... Even kijken, raspberry-mint. Of zeg je nu: 'Stop maar Tim, je had me al bij macaron?'

Dan een korte rondleiding door zijn appartement, sommige dingen vallen op. Een varen in de vensterbank die op sterven na dood is. Tim houdt de pot schuin, er loopt een straal water uit. Peinzend: 'Dit is niet goed hè?' Naast zijn bed een bananenschil en een klokhuis, want hij wordt 's nachts altijd wakker van de honger, hoewel hij een flinke eter is ('Ik heb een hoge verbranding. Of een lintworm.') En boven de gootsteen een schilderij van een waterval dat verdacht veel doet denken aan... 'Ja, die heeft mijn moeder gemaakt tijdens een Bob Ross-schildercursus. Zie je het Van Dyck-bruin?'

Dan het epicentrum van vandaag: het washok. Vanuit de hurkstand propt hij de machine vol, ondertussen beamend dat ook bij hem opruimen leidt tot een opgeruimde geest. 'Heel mindful. Ik ben zelfs van de geradicaliséérde mindfulness: het boeddhisme. Ik mediteer elke ochtend en avond. Ik heb ook een app geïnstalleerd, WeCroak, die herinnert me er vijf keer per dag aan dat ik doodga. Oftewel: alles is vergankelijk, dus leef in het nu.' Hij grijnst, zet het apparaat aan en dan is er echt tijd voor thee. Die smaakt ronduit goor, naar hete taart. Maar Tim vindt het lekker en het is zíjn zelfdagje.

Naar boven

Naar boven

U kent Sven Kockelmann als de scherpschutter die zijn interviewkandidaten zonder pardon alle hoeken van de kamer laat zien, maar hier, op vliegclub Flevo te Lelystad, de club waar ook astronaut André Kuipers z’n hobby uitoefent, is hij een bedaarde, kalme jongen. Dat zijn ze in wezen allemaal, want veiligheid gaat voor alles. Sven: ‘Met alle protocollen en procedures is het misschien nog wel veiliger dan met 130 km per uur over de A6 rijden. Voor alle duidelijkheid: ik heb mijn brevet niet, hè? Ik vlieg alleen met Joris mee.’

Joris is zijn kameraad Joris ‘Field’ Kniep, en onder zijn toeziend oog mag hij wel ‘een stukje sturen’, tussen opstijgen en landen in. En dan moet je natuurlijk wel íéts kunnen: iets van de theorie weten bijvoorbeeld, en de verkeersleiding van een duizelingwekkende reeks PapaCharlieTango’s kunnen voorzien.

Hij leerde het grotendeels online met de flight simulator waar hij ’s avonds thuis op vliegt met amateurs, maar ook met professionele piloten, verkeersleiders en reële procedures, ‘net echt’. Heel leuk, maar dat haalt het natuurlijk niet bij de magie van de machine, in dit geval de PH-SCT, een Piper Warrior II waarmee ze de ene keer richting Ameland vliegen om even te lunchen en dan weer een rondje Markermeer doen, tot Enkhuizen aan toe, schit-te-rend. Langs de Oostvaardersplassen komen ze ook, maar niet te dichtbij, dat mag niet. ‘Dan krijgen we ruzie met Marianne Thieme.’

Dat is buiten, wat er binnenin Sven gebeurt als ze eenmaal in de lucht zijn, is moeilijk uit te leggen. Feit is dat de wereld anders voelt wanneer je er met 100 knopen per uur en op 1.300 feet hoogte overheen scheert - het zal de afstand zijn tot de dingen, het driedimensionale, de ruimte om hem heen. Sven: ‘Het klinkt pathetisch, maar dit geeft mij een enorm gevoel van vrijheid. Hier haal ik met volle teugen adem.’ Throttle, master switch, brakes, all clear en daar gaan ze, de piloot en de scherpschutter.

Nu wel echt.

Tekst: Eva Hoeke
Foto: Erik Smits

Naar boven
Ryanne van Dorst in het pannenkoekenhuis.

Naar boven
Ryanne van Dorst in het pannenkoekenhuis.

Serveerster: 'Wat wilt u drinken?'

Ryanne: 'Pannekoekensap. Nee joh, geintje, doe maar een jus.'

Niks geintje, als het bestond had ze het besteld, want Ryanne is dus gék op pannekoeken. En op pannekoekenrestaurants, vooral van het slag waarin we nu zitten: veel koper en zinloos hangend hout (het wiel, de authentieke boerenploeg), rood-wit geblokte gordijnen en onder de kaarsen een papieren rozet om druipers te voorkomen. 'Jaaa, dit is gaaf man, echt perfect.'

Goed, dan de kaart, die is iets moderner, de liefhebber (maar wíé dan?) kan ook een Japanse pannekoek met savooiekool, shoyusaus en rettich bestellen, of eentje met zigeunerragout, of met ketchup, groenten en tonijn, hú.

Ryanne schudt haar hoofd, 'Ik bestel er altijd eentje met kaas. En dan stroop erop, kijk, hier krijg je een hele kan erbij. Geinig.' Dan een zucht, ze komt net bij Koffietijd vandaan en heeft al voor een weeshuis gegeten, een croissant en aardappels en groenten, 'stom van me.' Normaal maakt ze vantevoren liever een boswandeling, 'en dan daarna naar een pannekoekenrestaurant, een speciaalbiertje erbij, lekker effe de voeten laten rusten en nadenken over wat je onderweg allemaal hebt gezien. Da's toch lekker?'

Daar komt de pannekoek. Die is groot.

Toch maar die vork erin. 'Zo hé, die is wel lekker hoor. En zoals ik 'm ook zou bakken. Niet zo'n dunne, maar een 3D-pannekoek. Ik heb ook een speciale pan van gietijzer. Ik geef weleens een pannekoekenfeest. Dan nodig ik vrienden uit en sta ik de hele dag te bakken. Gezellig hoor. Hé, ik zit nu te denken: ik heb thuis geen foto's van mezelf hangen, maar als deze nou leuk wordt, hang ik 'm op. Mezelf in een pannekoekenrestaurant, dat is toch lachen?'

Haar bord is halfleeg, de handdoek gaat in de ring. 'Man, ik zit vól.' Ryanne laat een boer. 'Zo. Nou.'

Tekst: Carolien Spaans
Foto: Ivo van der Bent     


Naar boven

Naar boven

Al tweeëntwintig jaar woont hij in Moskou en Sint Petersburg, en eerlijk gezegd: veel mist hij niet aan Nederland. Integendeel, als kind had hij al hinausweh, het verlangen weg te willen. Maar één ding onttrekt zich aan dat gevoel, of eigenlijk twee dingen, en dat zijn zijn neefjes, Florian (5) en Willem-Pieter (8).

Pieter: ‘Ik heb weinig familie en geen kinderen, dus vind ik het belangrijk hen dichtbij te houden.’ En dus neemt hij ze elke keer dat hij hier een lezing geeft of iets op televisie moet doen mee voor een wandeling langs het strand en een cassis in Café Neuf toe. Pieter, om zich heen gebarend: ‘Tegenwoordig is Zandvoort foeilelijk, maar ooit was dit de parel van de belle époque. Het had zelfs zoveel allure dat keizerin Sissi van Oostenrijk hier eind 19de eeuw kwam kuren. En wat gebeurde er toen, jongens?’ Willem-Pieter, opgewekt: ‘Toen kwamen de Duitsers.’

Juist, en daarmee de grote verhalen. Over de Atlantikwall bijvoorbeeld, en over de Engelsen en de watertoren die werd opgeblazen. Over de revolutiebouw van de jaren vijftig, over het hotelletje van vader en moeder Waterdrinker dat uiteindelijk moest wijken. Over de wonderlijke duinen, de dorpen eromheen, en hoe Isaac

Israëls de boulevard in olieverf vereeuwigde.

En over het leven in Rusland natuurlijk, want als oom Pieter over één ding mooi kan vertellen is dat het wel. En, willen de neven later ook in Rusland wonen?

Willem-Pieter: ‘Dat weet ik nog niet. De cultuur is mooi, maar ik ben het niet helemaal eens met de mensen. Het is toch een dictatuur.’

Pieter: ‘Niet te geloven. Op zijn leeftijd wist ik niets, die jongens van nu weten álles.’

Nou ja, wat wil je met zo’n oom. En het mooie is: door hem wil Willem-Pieter later misschien ook wel schrijver worden, of marinebioloog, daar is hij nog niet over uit.

En Florian? Pieter, liefdevol aansporend. Florian, blozend: ‘Een poes.’

Tekst: Eva Hoeke
Foto: Erik Smits

Naar boven

Naar boven

Het is even zoeken op het recreatiepark bij de Maarsseveense Plassen. Paadje in, keren, vloekend het paadje weer uit, héél voorzichtig, want aan beide kanten klotst het ijskoude winterwater. Halverwege poging vier dan goddank een zwaaiende Joris. Sinds vijf jaar is hij eigenaar van een schiereilandje-met-huisje, beide klein maar zeer fijn, en met meer privacy dan de anderen (‘Hoewel het ook goed is om buren te hebben, de vriend van mijn moeder reed vorig jaar met zijn scootmobiel het water in en toen heeft iedereen geholpen hem en dat ding weer op het droge te krijgen’).

Zo’n plek tussen weer en wind vraagt om onderhoud, vandaag staat wilgentenen snoeien op het program. Een meerdaags project, want Joris is de snelste niet en ‘ik heb twee linkerhanden. De geiser in de keuken heb ik zelfs samen met mijn moeder van 76 moeten ophangen.’ Geeft niks, de taak is ontspannend, zelfs tijdens de eerste ronde: ‘Het agressieve knippen.’ Joris maait met zijn XL-snoeischaar door de takken (‘Whaa!’), straks gaat hij met een kleiner model de boel nog finetunen. Soort van dan. ‘Als je zo onhandig bent als ik, moet je vooral niet perfectionistisch zijn.’

Tussendoor zingt Joris een Oekraïens liedje dat hij ooit vertaalde over de wilg: ‘Hoewel hij sterk en krachtig blijft, verliest de wilg zijn groene blaren. Net zo snel en makkelijk, vervliegen ook mijn jaren.’ Dan serieus: ‘Nu lijken ze dood, maar in april schieten de takken eruit en hoogzomer vormen ze een groene muur, dankzij dat knippen. De wilg staat ook voor het leven, en het idee dat je soms alles moet terugsnoeien om opnieuw te kunnen beginnen. Zonder angst.’

Hij bespringt de wilg weer met de schaar, schiet uit met een voet en steekt die dan maar richting camera. ‘Mooi hè, uit Mexico. Hier voel ik me ook echt een cowboy. Dat is lekker hoor.’

Knippen zonder angst, mét laarzen. Onthoud die tip.

Tekst: Carolien Spaans
Foto: Erik Smits

Naar boven

Naar boven

Schilderen is ademen en ademen is noodzakelijk - 'Als ik hier een tijd niet ben geweest, heb ik het gevoel dat ik een deel van mezelf verwaarloos' - en dus besteedt Sallie vrijwel al haar vrije uren hier, in een voormalig kinderziekenhuis in Amsterdam-Noord dat ze samen met een collega-kunstenaar en limoncellomaker anti-kraakt.

Erg mooi is het er niet en naast de systeemplafonds en linoleumvloeren zit het pand ook nog eens vreemd in elkaar ('De ruimten zijn allemaal op een onlogische manier aan elkaar verbonden') maar het is juist die 'avontuurlijke energie' die Sallie iets oplevert, een creativiteit die ze thuis, tussen prikkel enerzijds en dagelijkse dingen anderzijds, niet vinden kan.

En dus gebeurt het hier.

In de ene ruimte leest ze, slaapt ze, draait ze muziek ('Hiphop of jazz, maar ook vaak repetitieve muziek'), spoelt ze varkensharen kwasten uit, plakt ze dingen aan de muur en beleeft ze haar 'inspiratiestorm', en in de ruimte ernaast, met fijn dak- en daglicht, gaat ze aan het werk.

En wat maakt ze dan? Sallie: 'Ik schilder vaak surrealistische taferelen met figuren die in een situatie zijn geplaatst die in actie is. Het heeft ook vaak iets grimmigs, iets onheilspellends. En er zit vaak een dier in. Ik weet niet, ik zoek een bepaald gebied in mezelf op waar onverwachte dingen gebeuren. En ik ben best wel intuïtief.'

Ja nou ja, jezus, dat is toch ook moeilijk, kunst onder woorden brengen? Dat is nou juist de crux van kunst, dat je het niet onder woorden hoeft te brengen. Sallie: 'Het maken en consumeren van kunst fungeert voor mij als een taal die op geen andere manier te communiceren is.' Wat ze wel kan zeggen: ze houdt van Mark Rothko, voelt zich thuis bij het werk van Lars von Trier. En als ze een boek moet noemen: De mythe van Sisyphus van Albert Camus.

Maar verder is het vooral ontspannend, hoor.

Theetje erbij, vriend komt kus geven, een knappe Ier.

Weg adem, maar da's niet erg.

Naar boven

Naar boven

Het lijkt niks, uitspanning De Boshalte aan de rand van het Amsterdamse Bos. Je kunt er koffie krijgen en een fiets huren, een paar reclameparasols steken fel af tegen de grijze winterwolken. Bij gebrek aan binnenruimte is het dringen rond de enorme houtkachel, het liefst naast dat gezin waarvan iedere voorbijganger denkt: oeh, die hebben het vreselijk gezellig met elkaar.

Van links af: Max, de verkering van dochter Julia (20), Sam de hond en man Maaik, dochter Rosa (24) die even over is uit Amerika en Antoinette zelf. Op tafel sloten cappuccino die verkleumde vingers opwarmen. Voor hen is deze plek bijzonder, de uitbaters zijn goede vrienden Elja en Steef. Hij is filmeditor, zij werkte voorheen in de psychische zorg en dat laatste voel je. Bij je koffie krijg je gratis een warm hart en open armen.‘Er komen hier veel mensen die met hun ziel onder de arm lopen’, zegt Antoinette. Oudjes uit de buurt, mensen zonder huis, schuif maar aan en wie het niet betalen kan, krijgt een ‘uitgestelde koffie’: ‘Je kunt een kop kopen voor iemand die geen geld heeft. Op het bord achter de kassa staan ze geturfd met een krijtje.’

Steef stopt hout in de kachel, Elja vertelt mismoedig dat het ding volgend jaar weg moet zijn: ‘De gemeente vindt ’m vervuilend.’ Antoinette: ‘Belachelijk. De A10 is om de hoek en vliegtuigen komen hier zo laag over, dat je ze bijna kunt aanraken.’ Een hoogbejaarde vrouw wordt met open armen ontvangen, tussendoor het verhaal van Julia’s verjaardag. ‘Ik vierde het hier, maar ik was er als eerste en iedereen was te laat. Ik moest mijn eigen kaarsjes aansteken.’ Maaik: ‘De rekening was wel lekker laag.’

Gelach, onderlinge geintjes, straks gaan ze met hond Sam het bos in. Misschien haken er nog passerende vrienden aan. Het lijkt niks, maar het is alles.

Tekst: Carolien Spaans
Foto: Ivo van der Bent

Naar boven

Naar boven

Gek misschien, maar tot twee jaar geleden kon hij niet ontspannen. Altijd druk, altijd aan het werk, hij deed nooit eens níéts. Dat houdt geen mens vol en je wordt er ook niet leuker van, en dus heeft Henry van Loon, harlekijn en tobber tegelijk, sinds kort een tatoeage (een mandala, op zijn been) én een motor. 'Drie motoren. Mijn midlifecrisis komt vroeg.' Voor de liefhebber: hij heeft een Triumph Bonneville uit 2009, een Triumph Tiger 900 T400 en een Yamaha XT 600 Tenere. Voor de leek: een zomermotor, een wintermotor en een sleutelmotor.

Wie van motoren houdt moet spullen hebben, pardon, gear, dus gaat Henry rond een uur of 4, na het uitslapen, de uitsmijter en wat klassiek zondags lummelwerk, richting Rusty Gold op de Overtoom, een motorwinkel die vooral de nieuwe lichting motorrijders bedient: Spotify door de speakers, Chesterfield in de hoek, versgemalen Lavazza in je kopje en kleding waarmee je nog eens iemand kunt versieren, mocht je daar zin in hebben (kom daar maar eens om in zo'n traditioneel Michelinpak).

Daarbij komt dat eigenaar Zoran (37) 'een aardige dude' is, net als de rest van de clientèle, een mengelmoes van lichtmannen, regisseurs en andere creatieve jongens. Aan de balie drinkt Henry koffie, informeert hij of dat en dat onderdeel al binnen is ('Motorrijders kunnen eindeloos ouwehoeren over onderdelen'), kletst ie wat over de wereld en wordt hij op zijn schouders geslagen door andere winkelaars, vandaag vooral voor zijn bijdrage aan de roast van dj Giel Beelen.

Man met baard: 'Je zag Giel echt zo kijken van: kuuuuut.' Henry, verlegen: 'Haha.' Dit is deel 1 van zijn ontspanning, deel 2 komt direct daarna: helm op, gas geven en wegwezen, de ene keer richting polder, de andere keer naar Parijs, net hoe zijn pet staat. Zolang het ónder die pet maar leeg raakt, want motorrijden is mindfulness, het is stilstaan terwijl je vooruitgaat - hoera voor de midlifecrisis.

Tekst: Eva Hoeke
Foto: Erik Smits

Naar boven

Naar boven

December, dus dikke kans dat u deze dagen wat nader tot uzelf komt. Denkt u wat vaker aan de dingen die ertoe doen, brengen de lichtjes en de liedjes momenten van contemplatie. Fijn hè?

Tip: dat kan je dus ook elke week hebben.

Elke zondagochtend om precies te zijn, in de Amsterdamse Sint-Nicolaaskerk bijvoorbeeld, waar u dan ook Stephan en Peter zult zien zitten, meestal links van het schip op driekwart, want niet alleen de mis, ook de mens bestaat uit rituelen. Beide heren zijn sinds een jaar katholiek (Peter werd na jarenlang sluimerende belangstelling ‘geraakt’, Stephan maakte een comeback) en hier, in de kerk, leerden ze elkaar kennen. Er was een gesprek, een gevoel van herkenning en van daaruit ontstond een kameraadschap die sindsdien elke zondag wordt gevoed met de liturgie én een tosti op de Zeedijk, waar de gesprekken dan net als bij gewone mensen uitwaaieren van filosofische kwesties tot roddels en discussies over goed zittende pakken. De kerk als clubhuis? Stephan: ‘Ja, we zijn geen protestants leerhuis. Het heeft zeker een sociale functie.’

Peter: ‘De kerk is naar boven en naar opzij.’

En tuurlijk moeten ze zich na een avond van laten we zeggen aardse genoegens ook weleens uit bed slépen, maar ze gaan wel, want volgens Peter is geloven als een relatie: ‘In het begin ben je verliefd, en na verloop van tijd verdwijnt dat. Dan kun je het uitmaken óf je creëert een opening in jezelf om weer geraakt te worden.’

Stephan: ‘Naar de kerk gaan is een oefening. Ik zou het heel lastig vinden om alleen thuis gelovig te zitten wezen.’

Hier, in dit godshuis, valt de betovering hen elke week weer toe. Het kippevel bij het Kyrie eleison, de zondagzon door het glas in lood, de wierook en de kaarsen en de kleding van de kapelaan - de katholieke mis is een gesamtkunstwerk en iedereen mag komen kijken, gratis en voor niks. En: het héle jaar door.

Tekst: Eva Hoeke
Foto: Erik Smits

Naar boven

Naar boven

U weet het vast nog van vroeger, een broer of vriendje met wie het slecht spelletjes spelen was. Zo eentje die ging huilen als hij verloor of juist de rest van de dag liep te tetteren als hij had gewonnen. Remy weet het ook nog, sterker: 'Zo was ik', gniffelt hij. 'Van Cluedo tot voetbal, ik kon nooit zomaar voor de lol spelen. Het gaat inmiddels íéts beter.' Hij heeft hoe dan ook een geduchte tegenstander gevonden in zijn vriendin Hanneke, die hij vijftien maanden geleden - ja, ze rekenen nog in maanden - ontmoette in een snackbar op Vlieland. Er was iets met friet, iets met discodip en een weddenschap, maar er was vooral chemie.

Hier in de Amsterdamse TonTon Club (een restaurant annex speelhal en trekpleister voor iedereen die wild wordt van apparaten als Time Crisis 3, Terminator Salvation en Tetris) is die band nog steeds zichtbaar, ze spelen tegen elkaar maar samen, zij klein en hij lang, verbeten gezichten maar gloeiende wangen. Er is ook een unaniem antwoord op de vraag wat hun lievelingsspel is: 'De Game of Thrones-flipperkast. Want die heeft een vliegende draak.' Maar die kast is steeds bezet, meerdere mensen cirkelen rond in de betreffende hoek. Ondertussen scheuren ze in Mario Kart, met een hoop 'O wat slecht!' van Hanneke die nèt haar rijbewijs heeft en keurig met de handen op tien voor twee stuurt. Dan door naar het basketbalspel, die doen ze voor het eerst ('Game over? Hoezo? Wat moet ik doen?'), Remy's vuisten schieten in de lucht als hij wint ('And that is how it's done!').

Eindelijk komt hun flipperkast vrij. 'Rennen!' En dan meteen een groot drama inzake de draak: zijn vleugel is eraf geflipperd. Stilte, rouw, en daarna toch maar de handen aan de knop. Vier ogen op het springende balletje.

Hanneke: 'Hé, jij beukte mij!'

Sterkte straks thuis met z'n getetter, Hanneke.

Tekst: Carolien Spaans
Foto: Ivo van der Bent

Naar boven

Naar boven

Eerst even een lesje: cryptogram komt van de Griekse woorden kruptos (verborgen) en gram (schrijven), de eerste krantencryptogram werd in 1925 gemaakt in Groot-Brittanië en in Nederland is het cryptogram van het NRC, het Scrypto, veruit de beste in zijn soort, de puzzel die de zaterdag tot zaterdag maakt.

Dat laatste zegt Matthijs van Nieuwkerk en velen zeggen het hem na, want de Scrypto is geen spelletje meer, dat is een lifestyle, een beweging, de heilige graal van de puzzelistiek. Kijk om je heen en je zult het zien, hele volksstammen zitten op zaterdagmiddag zoals Matthijs er hier bij zit in zijn huis in Gelderland: bril op de neus, potlood tussen de vingers, glas wijn binnen handbereik, jazzpianist Oscar Peterson op de achtergrond en het brein in opperste zoekstand. Matthijs: 'Volgens Freek de Jonge en Peter van Straaten is de beste tijd om deze puzzel te maken zaterdagmiddag tussen 14.00 en 15.00 uur, omdat dan de meeste mensen over het Scrypto gebogen zitten en de lucht dan zwanger is van de antwoorden. Flauwekul natuurlijk, maar, zoals Freek zei: het tegendeel kan óók niet bewezen worden.'

Flauwekul of niet, één ding is waar, en dat is dat de rust die hij bij deze hersengymnastiek vindt, zelfs binnen de onrust van het niet vinden van een bepaald woord, nodig, nee, noodzákelijk is om de rest van de week het hoofd te kunnen bieden. Andersom is ook waar: heeft hij 'm op zondagavond nog niet af, wordt-ie kribbig. 'Een paar heb je er altijd vrij snel, maar dan begint het eindeloze ge-urm.' Vrouw Karin biedt vaak soelaas, net als het tussendoor kijken naar koolmezen en het ontmodderen van de Jaguar, en als het echt niet lukt, zijn er ook nog allerlei hulpfora, maar ja, 'dat is eigenlijk je eer te na.' Alle lof dus voor J. Steenhuis, maker van het Scrypto, zingever van de zaterdag, de man met de lenigste geest van allemaal. Hoogste tijd voor een eredienst in mondiale overspannenheid in de ether (2+6+6+4).

Tekst: Eva Hoeke
Foto: Erik Smits

Naar boven

Naar boven

Hoewel we in Nederland sushi en zen liefdevol hebben opgesponst, is Japan verder... nou, toch vooral een land ver weg, hè? We weten dat Japanners netjes zijn en soms raar (huidige trend in Tokio: maid bars, waar het vrouwelijke personeel verkleed is als werkster). Ze eten gezond en worden stokoud, houden van aquarellen en niet van meubels hoger dan 30 centimeter.

Dus als wij richting Heerenveen rijden, ook nog eens richting het huis van een topsporter (Discipline! Regelmaat! Gezond!) verwachten we binnen te stappen in een minimalistisch huis van rijstpapier, met groene thee in de pot en misschien zelfs zo'n knus zandbakje met een harkje erbij, voor de focus.

Neen.

Kai woont zoals elke jongen van 23: veel hoopjes kleren, een bankstel waarop je de oceaan kunt oversteken, méters snoer met apparaten eraan, gadgets, prulletjes en een dubbel bureau met computers erop. Tussendoor ook hints van een niet-zo-normaal jongemannenleven: een verdroogde lauwerkrans, een levensgrote kartonnen Kai die vitaminen aanprijst en pasjes die toegang geven tot heilig ijs in den vreemde. Maar Japans? Nee.

Hij heeft niks in huis ('sorry'), is bekaf van het schaatsen ('sorry!') en het is een bende ('tja').

De wereldkampioen sprint, met bovenbenen als bielzen, zit naar zijn laptopscherm te turen, we zijn hier immers voor zijn vrijetijdsbesteding. En dat is muziek maken, en dan mag u niet denken aan zen, wel aan house, future base en ander beatgeweld. Daarin is hij 'best wel fanatiek'. Wat lastig is, want dit seizoen is belangrijk met de Spelen voor de deur, en een kwartiertje pielen kan zo een hardnekkig deuntje worden dat hij niet meer uit zijn hoofd krijgt en hem wakker houdt. 'Ik probeer het dus nu echt te beperken.'

Hij laat schoorvoetend wat eigen werk horen, wordt verlegen van de klikkende camera, bloost bij felicitaties over zijn laatste gouden medaille op het NK. Bescheidenheid, dat is dan wel weer typisch Japans.

Tekst: Carolien Spaans
Foto: Erik Smits

Naar boven

Naar boven

Zondagochtend, zeven uur. Schoenen aan, script mee en daar gaat-ie. Vanaf zijn IJburgse huis aan het water de hoek om richting Diemer Vijfhoek, waar op die tijd geen hond te zien is. Alleen dan durft hij zijn script tevoorschijn te halen en met de teksten aan de slag te gaan, want als er anderen bij zijn is het zo, nou ja, zo nadrúkkelijk. 'Dan ben je zo die acteur.'

Punt is: thuis kan het niet.

Thuis is zijn vrouw, zijn zijn kinderen, daar is de was en daar zijn de boodschappen en de telefoon en de televisie en Willem het konijn en al die andere dingen die een beroep op hem doen en probeer dan maar eens een geloofwaardige Fokke Augustinus, de hoofdrol in de serie Hollands Hoop, in je kop te krijgen.

Nee, dat lukt alleen met rust en ruimte, met stilte en met uitzicht, en dat is ook precies de reden dat hij hier een half jaar geleden is komen wonen. Hier zie je de horizon. Hier zijn de luchten nooit hetzelfde, hier is het water op z'n mooist. Moet je kijken: daar is het Vuurtoreneiland, rechts Pampus, links Durgerdam, en bij hij helder weer kijk je helemaal naar Het Paard van Marken. En altijd wat te zien, hè. Marcel: 'Laatst lagen hier wel een paar duizend van die meerkoeten of waterhoenen of hoe ze ook heten. Die lieten zich eerst helemaal afdrijven en alsof het afgesproken was, kwamen ze ineens allemaal het water uit, deze kant op, met van die opgezwollen borsten. Dat was fantástisch.'

En dat zijn dan nog maar vogels - wat hier per dag allemaal voorbij komt joggen, geweldig. Laatst nog een vent die elf - elf! - keer heen en weer ging. Gesprekjes tussen hondenbezitters, ook schitterend. Hoef je niet eens je huis voor uit, je zet een stoel bij je raam en kijken maar. Dat schouwspel voor zijn raam, die wereld op zich, die luxe en noodzaak tegelijk staat hij daar dus allemaal op zondagochtend in een rol te gieten. En dat vinden wij dan weer schitterend.

Naar boven

Naar boven

Het is een dubbel plaatje, de jonge sterrenchef en de oude haringman. Ergens zijn ze hetzelfde: twee vakidioten, beiden sinds hun tienertijd aan het werk - Frans al zestig jaar, Joris pas een fractie daarvan - maar tijd is niks als je die vult met wat je het liefst doet, vinden ze. En ze vinden ook hetzelfde van Frans' haring:

Joris: 'Hier eet je de beste van de stad.'

Frans: 'Ja.'

Tot zover de overeenkomsten. Want Frans ziet zijn waar gewoon als lekkere vissies, rats rats graat eruit, uitjeszuur erbij. Joris verklaart zijn liefde wetenschappelijker. Hij begint nog redelijk helder met een relaas over de basissmaken zoet, zuur, zout, bitter, umami, maar die laatste is in feite mononatriumglutamaat, oftewel mng, oftewel de natuurlijke variant van ve-tsin, de smaakversterker die... De chef in hem neemt het over, maar waar hij dus heen wil, is 'dat ik denk dat er mng in haring zit, omdat ik simpelweg anders niet kan verklaren waarom ik opeens, soms ook 's nachts, ex-tre-me zin heb in haring. En nog een. En nog een.'

De tweede haring verdwijnt in zijn mond, hij eet van buiten naar binnen ('het ruggetje is het lekkerst, dus dat bewaar ik voor het laatst'). Wolkjes ui ontsnappen uit zijn mond als hij vertelt dat er twee, drie haringkramen zijn in Amsterdam waar hij graag komt. 'Het moet er altijd druk zijn, elke dag en de hele dag, want als het niet vers van het mes is, proef je dat direct.'

Nóg een haring, meer augurk, meer uien - 'Dat is trouwens wel grappig, al die gesnipperde uitjes komen bij dezelfde man vandaan, hij zit inmiddels van hier tot hier onder de gouden Rolexen,' Joris gebaart van schouder naar pols. 'Ik heb hem een keer ontmoet, mooie gast.'

Rats, pulk, Frans kijkt naar zijn mes, Joris kijkt toe.

Hij twijfelt, luistert naar zijn lijf, knikt. 'Nog een.'

'Uitjezuurerbij?'

Tekst: Carolien Spaans
Foto: Ivo van der Bent

Naar boven

Naar boven

'Ooo sorry dat ik te laat ben, geen idéé hoe ik hier moest komen met de auto, want ik ga altijd met de brommer maar ik moet straks door naar mijn broertje in Utrecht.' Eva - veel krul, wervelwind, strak in het zwart - geeft geen hand maar een knuffel. 'Jezus wat een mooi weer hè?'

Twijfelend kijken we naar haar outfit.

'Hmm... We gaan wandelen, toch? Lukt dat op die schoenen enzo?'

'Ja joh, ze lopen superlekker!'

Goed, een stuk lopen dus, in het Amsterdamse Flevopark. De laatste mooie dag van het jaar, geel-oranje bomen, gefilterd zonlicht. Eva die vertelt dat ze altijd te veel wil doen op een dag. Duurde een etmaal maar langer, dan had ze niet steeds haast. En dat ze eigenlijk alleen van wandelen rustig wordt, vaak is ze wel twee uur op stap. Ja, ze gaat tussendoor ook zitten, met een opschrijfboekje want dat is ook zo fijn van lopen, ideeën ploppen zomaar op. Of als ze het even niet helemaal weet, dan helpt het ook hè. Ze wil nu bijvoorbeeld een hond. 'Ik ben er heel erg aan toe, ik vind het fijn om voor een beestje te kunnen zorgen.' Maar ja, eentje uit het asiel? Of toch uit Griekenland? En welke dan? En hoe groot?

Een bankje, even zitten. De storm in de kop op papier zetten. O nee wacht, nog een verhaal, ze had een enorme tak in het park gezien, ze dacht: schijt, die móét mee naar huis. Dus daar liep ik, haha! Heb jij trouwens een pen? Die ben ik nou weer vergeten, stom.'

Zit ze net, komt er een grasmaaiman. Lawaai! 'Een minuutje hoor, ja u moet helaas opstaan want ik mag niet maaien als er iemand op het bankje zit. Maar wel lekker weer toch?'

'Heerlijk! O, wat ik óók nog wilde vertellen...'

Ze kwam te laat bij haar broer, maar dat was logisch.

Naar boven

Naar boven

'Ik ga dood, ik ga dood, dit is echt niet fijn.'

'Doorgaan Dionne.'

De relatie personal trainer-lijdend voorwerp is doorgaans een ingewikkelde. De eerste wil pushen, resultaat boeken, motiveren. De tweede wil heel graag ergens anders zijn - of dood, alles om een einde te maken aan fikkende spieren en iemand die zegt dat je desalniettemin voorál nog even gas moet geven. Of die langzamer gaat tellen als je denkt er bijna te zijn, godsamme zeg.

Dat zorgt voor nijdige blikken, tijdelijke haat, allemaal zeer menselijke reacties op pijn en dwang. Zo niet Dionne. Die weliswaar trillend van de inspanning haar sets dead lifts doet, maar tussendoor lacht, en bij wijze van vloek 'ah' zegt (en dus niet schreeuwt). Ze sport... nou, líéf, en ook ontzettend netjes, met een kaarsrechte rug enzo. 'Ze pikt het technische aspect van de oefeningen heel snel op', beaamt Jelle-de-trainer, die zich tot Dionne wendt, vraagt hoe het setje ging (nooit 'goed' zeggen, want dan hangen ze zonder pardon extra kilo's aan zo'n apparaat). Dionne: 'Goed.'

Jelle schuift een extra schijf aan de halterstang. En terwijl ze weer bukt en strekt, bukt en strekt - 'Ja, perfect Dionne' - memoreert ze eerdere sportpogingen. Ze deed yoga, ze deed spinning, ze deed bootcamp, 'en altijd begon ik vol overgave. Maar ja, ik heb geen ruggengraat wat betreft sport'. En vanwege die 'maar ja' is er nu dus de persoonlijke begeleiding, dan moet ze wel. Jelle: 'Ik stuur de dag van tevoren altijd even een berichtje of ze er al zin in heeft.' En het helpt hoor, zo'n stok achter de deur, de bovenarmen zwenken minder uit tijdens het zwaaien, toch vaak een vrouwendingetje, en het is al met al 'allemaal wat strakker'.

Jelle telt ondertussen, langzamer, lang-za-mer, langggzaaaamerrrr... klaar.

'Mijn armen huilen.'

Ook lief.

Tekst: Carolien Spaans
Foto: Erik Smits

Naar boven

Naar boven

Het is zaak om metéén door te pakken. Dus hup, zo vanuit je bed de fiets op, flink doortrappen, bezweet aankomen en dan meteen het strand op denderen, in één beweging je kleren uitgooien en de zee in rennen, want anders is de afzwaaier richting strandtent snel gemaakt. Vind je het gek: eind oktober is het water nog maar 12 graden. Gillend gaan ze dan ook ten onder, oe en aa en waarom dóén we dit roepend, maar binnen een minuut komen ze stralend boven.

Leontine: 'Je gaat als een gek gloeien, dat voel je om tien uur 's avonds nog.'

Brigitte: 'Dat appen we dan ook aan elkaar: voel jij het ook nog?'

Leontine: 'De rest van de dag voel je je gewoon knettersterk.'

Brigitte: 'Je kater is ook meteen weg.'

Leontine: 'En wat ook lekker is: het moment dat je in die zee zakt, valt de hele week van je af.'

Heel soms twijfelen ze, als het echt beestenweer is, maar stoppen heeft een nogal nare implicatie: dan is de zomer namelijk écht over. En dus houden ze vol, het streven is tot november, daarna wordt het uitje een wandeling.

Brigitte: 'We doen een om, of een zwom.'

Zo gaat het al járen, eigenlijk al sinds ze elkaar voor het eerst zagen bij het Overveense schoolhek van hun zoontjes. Brigitte: 'Ik dacht dat moeders niet leuk waren, tot ik Leontine tegenkwam.' Wat volgde was een tuin, een fles port en een gesprek dat uren duurde, en twintig jaar later zijn de zoontjes groot en zij nog niet uitgepraat. Het gesprek stokt even in het water (k-k-k-koud) maar komt direct daarna weer op gang wanneer ze hun stroeve broeken over hun kont trekken en in een verder verlaten strandtent neerstrijken voor een hete cappuccino, een broodje worst en gesprekken die alleen vriendinnen die al twintig jaar vriendin zijn met elkaar hebben.

En zij maar denken dat dat gloeien door het water komt.

Tekst: Eva Hoeke
Foto: Ivo van der Bent

Naar boven

Naar boven

Naar boven
Scroll om door te gaan
Swipe om door te gaan