Loading...

Melding

Dit multimediaverhaal bevat video- en geluidsfragmenten. Zet het geluid aan.

Gebruik het muiswiel of de pijltjestoetsen om tussen pagina's te navigeren.

Swipe om tussen pagina's te navigeren.

Hier gaan we

Seydou Keïta

Logo https://verhalen.volkskrant.nl/seydou-keita

Naar boven

Portretten uit de legendarische studio van de Malinese fotograaf Seydou Keïta zijn te zien op een grote overzichtstentoonstelling bij Foam in Amsterdam.

Hij zou timmerman worden, net als zijn vader. Die had hem de kneepjes van het vak bijgebracht in de Franse kolonie Mali, maar een geschenk van zijn oom zou alles veranderen. In 1935 kreeg Seydou Keïta van hem een Kodak Brownie Flash. Die had de oom op de kop getikt tijdens een reis naar Senegal. Seydou, geboren in 1921, was verkocht.

Hij leerde zichzelf omgaan met de camera. Eerst fotografeerde hij alleen zijn familie, toen kwamen buren om een foto vragen. De Fransman van de fotowinkel van Bamako, waar hij zijn negatieven liet afdrukken, spoorde hem aan het zelf te leren en een donkere kamer aan te schaffen. De jonge Keïta kocht ook een grote, staande camera, zo groot dat hij een voor die tijd enorme resolutie kon bereiken met zijn foto’s. Dat was van belang, want Seydou Keïta was uit op portretten in opdracht gemaakt. In 1948 opende hij zijn eigen fotostudio in de bruisende uitgaanswijk Coura van Bamako. Het duurde niet lang of die studio werd vermaard.

Dat is in het kort het mooie verhaal dat de ronde doet over Seydou Keïta. Hij heeft het in 1995 zelf verteld aan curator André Magnin; het interview staat in het grote overzichtsboek met zijn foto’s dat Steidl in 2011 uitbracht. Na zijn ‘herontdekking’ in 1992 werd hij alsnog wereldberoemd. Hij stierf in 2001. In het Amsterdamse Foam is de overzichtstentoonstelling van zijn werk nu voor het eerst in Nederland te zien, tot 20 juni.

Het was geen wonder dat iedereen in de studio van Keïta langskwam. De mond-op-mondreclame deed zijn werk: op zijn foto’s sta je er op je allermooist op. Daar deed hij zijn best voor. Hij liet zijn klanten spullen meenemen, zich in hun favoriete kleren steken en hun eigen pose aannemen. Soms gaf hij daarna een kleine hint en voor wie zelf niets had, had hij een hele collectie voorwerpen aangelegd, een dure auto, een scooter, een radio. Het was altijd druk, ‘tientallen personen per dag, op zaterdag stonden ze in de rij voor de deur’.

Hij zat helemaal op de goede plek, vertelde hij: vlak bij het station en de schepen op de rivier de Niger, bij de kathedraal en de nachtclubs. Reizigers uit buurlanden op weg naar de kust in Senegal of terug hoorden tot zijn clientèle. Van de meeste klanten kende hij de namen niet eens, alleen ‘de jongen met de bloem, dat is Sissoko en de grote mijnheer met de baby heet Billaly’.

De mannen onder zijn klanten wilden zich graag in hun Europese kleding laten zien (‘en trokken thuis gauw weer hun wijde boubou aan’), de vrouwen waren nog traditioneler; westerse rokken kwamen pas echt aan het eind van de jaren zestig, zei Keïta. Toen had hij zijn studio, in 1962, al gesloten.

Na de onafhankelijkheid (1960) kwam er een socialistisch bewind. De president kwam zich ook bij Keïta laten fotograferen. ‘Hij zei: wie niet door Seydou Keïta is gefotografeerd, is niet gefotografeerd!’. De fotograaf kreeg een overheidsbaan, hij moest zijn privé-studio staken en maakte vijftien jaar foto’s van presidentiële optredens en staatsbezoeken, tot hij in 1977 met pensioen ging. Maar hij bewaarde de 10.000 negatieven uit de jaren ’48-’63, die veertig jaar later in nieuwe druk een nieuw leven als topkunst begonnen.

Tekst: Wim Bossema

Naar boven

Naar boven

Naar boven

Naar boven

Naar boven

Naar boven

Naar boven
Naar boven
Scroll om door te gaan
Swipe om door te gaan