Loading...

Melding

Dit multimediaverhaal bevat video- en geluidsfragmenten. Zet het geluid aan.

Gebruik het muiswiel of de pijltjestoetsen om tussen pagina's te navigeren.

Swipe om tussen pagina's te navigeren.

Hier gaan we

Zo leven Rohingya-vluchtelingen in Bangladesh

Logo https://verhalen.volkskrant.nl/zo-leven-rohingya-vluchtelingen-in-bangladesh

Drie maanden na het begin van hun exodus uit Myanmar komen nog elke dag Rohingya-vluchtelingen Bangladesh binnen. Bij elkaar zijn het er nu 640.000, in overvolle opvangkampen. ‘Ik ben mijn hele leven al op de vlucht.’

Tekst: Ben van Raaij
Foto’s: Daniel Rosenthal

Naar boven

Terwijl de vraag deze week was of paus Franciscus tijdens zijn bezoeken aan Myanmar en Bangladesh de Rohingya bij name zou noemen, vluchten de vervolgde moslims nog steeds naar Bangladesh. Elke dag zitten bij het aanmeldpunt in Sabrang honderden haveloze Rohingya te wachten tot ze van het Bengalese leger een voorlopige registratiekaart krijgen.

Naar boven

Naar boven

Uitgeput van hun soms wekenlange, gevaarlijke tocht staren de vluchtelingen voor zich uit. Sommigen lijken in shock. Op het huilen van baby’s na is het stil. Soldaten controleren of de wachtenden echte nieuwkomers zijn of al geregistreerde ‘profiteurs’, op zoek naar extra rantsoen. Wie zijn kaart heeft krijgt namelijk wat koekjes, een stuk zeildoek of een deken.

Naar boven

Naar boven

De etnische zuiveringen in Myanmar zijn nog altijd niet gestaakt. Het Myanmarese leger en lokale bendes lijken vooral van tactiek veranderd. Ze jagen de Rohingya niet meer op de vlucht door op grote schaal dorpen in brand te steken, wat vervolgens via satellietbeelden de wereldpers bereikt, maar grendelen dorpen af en vermoorden de mensen in hun huizen. Overlevenden vertellen dat ze onderweg op zoek naar schuilplaatsen vaak op stapels lijken stuitten.

Naar boven

Naar boven

Rond Kutupalong, Balukhali en andere kampen waar de nieuwe vluchtelingen worden opgevangen (het zijn er inmiddels 640 duizend) ziet het er heel anders uit dan twee, drie maanden geleden. Rijstvelden en bossen hebben plaatsgemaakt voor tenten en hutten. Vanaf een heuvel lijkt het een eindeloze zee van geïmproviseerde kampen, met daartussen markten, moskeeën, voedselpunten, kliniekjes, waterputten en latrines. Hier en daar verschijnen de eerste moestuintjes.

Naar boven

Naar boven

Acht dagen geleden is Zubaida in het vluchtelingenkamp Balukhali aangekomen, maar ze weet amper waar ze is. De 25-jarige zit zonder enige beschutting op een zeiltje, met haar drie kinderen van 9, 7 en 3. Ze zijn gevlucht toen hun dorp door het leger werd aangevallen. Ze moesten alles achterlaten en werden onderweg beroofd. Alles wat ze hebben is een lege pan, omzwermd door vliegen, en een vieze jerrycan met water.

Naar boven

Naar boven

De allergrootste problemen zijn de drinkwatervoorziening en sanitatie. Overal ruik je de stinkende latrines, waarvan er nog veel te weinig zijn en eenderde bovendien permanent buiten gebruik is omdat ze overvol zijn. ‘Als we niet snel latrines bijbouwen en nieuwe, diepe putten slaan is het een kwestie van tijd voordat hier epidemieën van dysenterie en cholera uitbreken’, zegt Arafat Hussen, een Bengalese arts die in Jamtoli in een kliniekje van Save the Children werkt. Hij vaccineert volop tegen mazelen, rodehond en tbc, allemaal ziekten die zich in de overvolle kampen makkelijk verspreiden.

Naar boven

Naar boven

Ook de voedselsituatie is kritiek. Mensen sterven niet van de honger, maar ondervoeding is wijdverbreid, vooral bij kinderen (meer dan 60 procent van de vluchtelingen is onder de 18). Kinderen zoals Moh Rias, een hologig jongetje van 7 maanden oud dat 4 kilo weegt. Een arts laat hem een portie Plumpy’nut geven - bijvoeding - en zegt tegen moeder Rachida (21), zes maanden zwanger, dat ze daarvoor elke dag moet langskomen.

Naar boven

Naar boven

Veel lastiger zijn de onzichtbare problemen, de trauma’s die de vluchtelingen met zich meedragen. ‘We zien veel vrouwen en meisjes met vage klachten, waarbij we vermoeden dat ze slachtoffer zijn geweest van seksueel geweld. We hebben alleen te weinig faciliteiten om daar wat aan te doen.’ Her en der in de kampen worden speciale opvangplekken voor vrouwen ingericht.

Naar boven

Naar boven

Er zijn ook zorgen dat de kampen broeinesten worden van drugsproductie, mensenhandel en prostitutie. Er werken al Rohingya-meisjes in de toeristenhotels van Cox’s Bazar. De 40-jarige Zanuwa in Kutupalong hoopt haar drie kleindochters daarvoor te behoeden. Ze zorgt alleen voor ze sinds hun vader en haar man in Myanmar door boeddhistische bendes werden gedood, en vindt het kamp vol gevaren. Haar eigen dochter van 12 heeft ze achtergelaten bij een pleeggezin in Nayapara, de kleintjes van 8, 7 en 4 stuurt ze overdag naar een Child Friendly Space, een veilige opvangplek. ‘Dan kan ik brandhout zoeken om te verkopen.'

Naar boven

Naar boven

Ondanks de omstandigheden gaan er ook dingen goed. De meeste Rohingya hebben volgens hem een soort dak boven hun hoofd, basale sanitaire en medische voorzieningen en enige vorm van voedselhulp gehad. Een indrukwekkende prestatie, gezien de enorme aantallen. Het is mede te danken aan de internationale hulporganisaties, die en masse zijn neergestreken.

Naar boven

Naar boven

Wel maken de Bengalese autoriteiten zich zorgen over de gevolgen die de vluchtelingencrisis heeft op de veelal straatarme lokale bevolking. Die kampt met stijgende voedselprijzen en dalende lonen omdat Rohingya zich goedkoop als dagloner verhuren, hoewel dat verboden is.

Naar boven

Naar boven

Niemand weet hoe lang de vluchtelingencrisis gaat duren. Het vorige week getekende akkoord waarin Bangladesh en Myanmar afspraken dat binnen twee maanden wordt begonnen met de repatriëring van de Rohingya lijkt in elk geval volstrekt irreëel. 'Ik heb het in de krant gelezen’, zegt de commissaris vluchtelingenhulp en repatriëring van de Bengalese overheid fijntjes. ‘Het is alleen nog maar een intentieverklaring. Maar een ding is zeker: de Rohingya moeten zo snel mogelijk terug. Bangladesh is een dichtbevolkt land van 160 miljoen inwoners. We hebben hier geen ruimte voor hen.’

Naar boven

Naar boven

Voor de Rohingya is het duidelijk: je kunt niet terug naar een land waar ze je willen vermoorden.

Naar boven

Naar boven

‘Ik ben mijn hele leven al op de vlucht’, zegt de 60-jarige Mohammed Hashem in Kutupalong bij de begrafenis van zijn broer. ‘In 1978 ben ik naar Bangladesh gevlucht en een jaar gebleven. In 1991 opnieuw, toen voor vier jaar. En nu ben ik weer hier. Ik maak er nog liever een eind aan dan terug te gaan.’  

Naar boven

Naar boven
Naar boven
Scroll om door te gaan
Swipe om door te gaan